Expertbijeenkomst: De kunst van de kritiek

Expertmeeting-2015

Wat: Expertbijeenkomst over de digitalisering van de kunstkritiek
Wanneer: 21 mei 2015, 11.00-17.00, aansluitend borrel
Waar: De Brakke Grond, Amsterdam

‘De kunst van de kritiek’ is een expertbijeenkomst over de toekomst van de kunstkritiek in het digitale tijdperk. Het event wordt georganiseerd door het Instituut voor Netwerkcultuur in samenwerking met het Laboratorium Actuele Kunstkritiek, het Domein voor Kunstkritiek, ArchiNed en Rekto:verso.

Het programma bestaat uit een ochtendgedeelte met presentaties en een middaggedeelte met twee workshoprondes. Uiteraard sluiten we af met een borrel. Graag tot ziens op 21 mei!

Tickets

Reguliere tickets, incl. koffie, thee, lunch en borrel: € 25,00
Studenten tickets, incl. koffie, thee, lunch en borrel: € 12,50

Bestel tickets hier: Ticketscript (werkt niet goed met Firefox)

Programma

10:30 – 11:00 Inloop
11:00 – 11:15 Introductie – Joke Schrauwen (Antwerp Management School)
11:15 – 11:45 Online kunstkritiek: wat valt er te winnen – Florian Cramer (Willem de Kooning Academie), Geert Lovink (Instituut voor Netwerkcultuur)
11:45 – 12:00 Experimentele vormen van kritiek: van longread tot filmessay.
12:00 – 12:30 De lezer schrijft mee – Karel Smouter (De Correspondent)
12:30 – 13:00 Discussie
13:00 – 14:00 Lunch
14:00 – 14:30 Interview: Brian Kuan Wood (E-Flux) en Jillian Steinhauer (Hyperallergic)
14:45 – 15:45 Workshop ronde 1
16:00 – 17:00 Workshop ronde 2
17:00 – 18:00 Borrel met de Digitale Dokters

Informatie over de sprekers en workshopleiders vind je hier.

Ochtendprogramma (11:00 – 14:30)

11:00 – 11:15 Introductie

Een half jaartje geleden werkte Joke Schrauwen met Annick Schramme aan een onderzoeksproject in opdracht van o.m. Folio, de koepel voor culturele tijdschriften in Vlaanderen. Wat startte vanuit de vraag naar ‘hoe kunnen de tijdschriften hun impact verhogen’, verschoof tijdens gesprekken met de sector geleidelijk naar ‘hoe kunnen ze hun huidige impact behóuden’? Distributiepartners zitten in zwaar weer, nieuwe (online-)platformen zijn met enkele muisklikken opgericht, ‘cultureel nieuws’ is overal en de ‘betalers’ (waaronder subsidiënten) houden de vinger op de knip. De sector zelf ziet twee belangrijke kansen bij meer samenwerking en verdere digitalisering. Maar hoe geef je zo’n samenwerkingsverband vorm? Hoe rijm je collectieve actie met de uitbouw van een eigen online community? En kan je dan als tijdschrift ook financieel het hoofd boven water houden? We zoeken het uit.

11:15 – 11:45 Online kunstkritiek: wat valt er te winnen?

De kunstkritiek vindt grotendeels plaats in tijdschriften en kranten – op papier dus. Waarom is het eigenlijk zo belangrijk om online te gaan? Als kritiek floreert bij debat, interactie en diepgang, dan is het web het gedroomde domein daarvoor.

11:45 – 12:00 Experimentele vormen van kritiek: van longread tot filmessay

Vijf redacties gingen in samenwerking met een webdesigner aan de slag met nieuwe en experimentele vormen van kunstkritiek.

12:00 – 12:30 De lezer schrijft mee

Direct contact met de lezer wordt vaak gezien als de belofte van online publiceren. Het publiek bereiken is niet het moeilijkste. Hoe zorg je ervoor dat de lezer ook daadwerkelijk reageert, meedenkt en -praat en je actief blijft volgen, op een inhoudelijk en constructief niveau?

14:00 – 14:30 Interview: This is sponsored content

Twee van de meest succesvolle kunstblogs uit de Verenigde Staten: E-flux en Hyperallergic, gaan in een Skype-interview in op mogelijkheden van online verdien- en distributiemodellen.

Programma workshops (14:45 – 15:45 en 16:00 – 17:00)

Workshop 1: Kunstkritiek 2.0: participatief én multimediaal
De Zendelingen

In deze workshop onderzoeken De Zendelingen samen met de deelnemers welke innovatieve concepten er bedacht kunnen worden die de dialoog tussen toeschouwers, theatermakers en critici versterken en die op een multimediale manier ontsloten kunnen worden naar een breder publiek. Na een introductie in de werkwijze van De Zendelingen ga je zelf aan de slag!

Workshop 2: Een redactionele workflow voor papier en web
Kimmy Spreeuwenberg (Digital Publishing Toolkit)

In deze workshop staat een hybride workflow centraal. Hierbij wordt niet langer uitgegaan van een print gerichte werkwijze, maar staat vanaf het begin het publiceren voor print en digitaal vanuit één bron document centraal. Deze benadering van publiceren vraagt om een herordening van de publicatie keten van auteur, editor, ontwerper en uitgever. Hoe stroomlijn je dit nieuwe proces? Waar in het proces ontstaan nieuwe mogelijkheden en kansen voor (beeld)redactie en waar zitten de eventuele valkuilen? Deelnemers worden gevraagd om een laptop mee te nemen. Voorafgaande kennis is niet nodig, enige voorbereiding wel.

Workshop 3: Crowdfunden: Vrienden met je lezers?
Miriam van Ommeren en Patricia de Vries

Crowdfunden, een doneerknop of een vriendenabonnement: veel kleine media, zowel op papier als online, zoeken direct contact met hun lezers om te vragen om een bijdrage. Maar hoe pak je dat aan? Hoeveel kun je vragen van de crowd en waaruit bestaat die crowd eigenlijk? Hoe zorg je ervoor dat je jezelf goed in de markt zet en welke keuzes maak je als je jezelf op deze manier presenteert? Miriam van Ommeren organiseerde een succesvolle crowdfundingcampagne voor online magazine De Optimist en Patricia de Vries leidde een onderzoek naar kansen en valkuilen van crowdfunding.

Workshop 4: De digitale kiosk
Concreet voorstel voor collectieve digitale distributie van content van Vlaamse & Nederlandse cultuurtijdschriften
Michel Suijkerbuijk

In deze workshop wordt een concreet voorstel gepresenteerd voor collectieve digitale distributie op basis van het bestaande eLinea-model, inclusief een nieuw verdienmodel voor de deelnemende tijdschriftuitgevers. Er is volop gelegenheid voor het stellen van vragen en voor de inbreng van ideeën voor verdere versterking van het voorstel. Doel van het initiatief is tweeledig:
· Vergroten van het bereik / visibiliteit van de deelnemende culturele tijdschriften
· Vergroten lezersbestand / abonneebestand, in zowel Nederland als Vlaanderen

Longform: Ateliergeheimen (Kunstbeeld)

Kunstbeeld_Ateliergeheimen_medium

Voor De Kunst van de Kritiek zijn we met een aantal redacties aan het experimenteren met nieuwe vormen van (online) kunstkritiek. In de samenwerking tussen het LAK, Instituut voor Netwerkcultuur en het PublishingLab worden vijf zogenoemde ‘longforms’ gerealiseerd. Er zullen inhoudelijke kunstkritische producties gemaakt worden om online te publiceren waarin we met verschillende media aan de slag gaan. Met trots presenteren we hier de eerste resultaten van een experiment met Kunstbeeld.

Kunstbeeld wil de relatie tussen print en online verbeteren. Hoe kun je er voor zorgen dat je online content een echte aanvulling is op de papieren uitgave en hoe kan het voldoende uitgenodigd tot de aanschaf van de papieren uitgaven? De samenwerking met de designers van Template leidde tot Ateliergeheim Roy Villevoye.

Het werk van Roy Villevoye staat sinds 1992 in het teken van ontmoetingen, het jaar waarin hij voor het eerst naar Papoea-Nieuw-Guinea reisde. In het aprilnummer van Kunstbeeld vertelt de kunstenaar over zijn vriendschap met Omomá en waarom hij gemiddeld om de twee jaar naar de voormalige Nederlandse kolonie reist. In deze webspecial deelt hij geheimen van zijn thuisbasis: zijn atelier in Amsterdam. Je kunt inzoomen op een gedetailleerde foto van zijn atelier. Als je klikt op pijlen bij enkele objecten, hoor je zijn verhalen.

CONCEPT: Sophia Zürcher en Anna van Leeuwen, Kunstbeeld
INTERVIEW: Sophia Zürcher; foto: Peter de Krom
DESIGN: Template: Marlon Harder, Lasse van den Bosch Christensen
Mede mogelijk gemaakt door: LAK, Institute of Network Cultures, Domein voor Kunstkritiek

De kunst van de kritiek – 2015

Bij het lectoraat Netwerkcultuur is in samenwerking met het PublishingLab het project De Kunst van de Kritiek van start gegaan. In een consortium met Laboratorium Actuele Kunstkritiek en tientallen Nederlandse en Vlaamse kunst en cultuurtijdschriften wordt de komende maanden onderzocht hoe kunstkritiek online kan floreren. Hoe kan de kritiek zich in vorm en inhoud vernieuwen door gebruik te maken van digitale mogelijkheden? Hoe kan het kunstpubliek daarbij betrokken worden? En welke nieuwe verdienmodellen zijn er? Op 21 mei vindt een expertmeeting plaats, met lezingen en workshops. Ook worden daar kunstkritische ‘longforms’ aan het publiek gepresenteerd. Het onderzoek sluit aan bij het Amsterdam Creative Industries Network-project Creativiteit en Autonomie.

Verrijkte afbeeldingen: ThingLink

ThingLink-Banksy
VOORBEELD: ‘Banksy: Bringing Street Art to the Mainstream’, door Cliff Sherman (juni 2013) bevat video, Wikipedia-links, tekstnotities en extra foto’s.

ThingLink zorgt er (sinds 2009) voor dat gebruikers hun afbeeldingen interactief kunnen maken. Interactief betekent hier: verrijken met andere media, maar ook notities maken op het beeld zelf. Via aangeduide ‘punten’ op het beeld waar je overheen beweegt zie je een paar woordjes uitleg van de maker op de afbeelding, of kan je een video laten spelen en een fotogalerij bekijken.  Die korte uitleg op het beeld zelf is onder meer handig voor het analyseren van schilderijen: je kan bijvoorbeeld het perspectief van de middeleeuwse schilderkunst nauwkeurig via beelden vergelijken met dat van de Renaissance.

ThingLink-DifferentArt
VOORBEELD: ‘Different Art’, door Keri Lynn Johnson (oktober 2013) vergelijkt schilderijen door de eeuwen heen.

Het door ThingLink gebruikte platform lijkt een beetje op Pinterest en Flickr.  De dienst wordt – betalend – gebruikt door online publishers (zoals New York Magazine) voor uitdagende en meer interactieve reclame. Bloggers gebruiken ThingLink om hun interactieve afbeeldingen via sociale media te delen. In het onderwijs wordt ThingLink door meer dan 50.000 leerkrachten en studenten benut.

PRODUCTIE: ThingLink Inc. / Oy

De toekomst van kritiek ligt in de vorm

jkk-bg

En wat als we die eeuwige ‘crisis van de kunstkritiek’ nu eens niet zouden wijten aan kwade krachten buiten de kunstkritiek zelf? En we daarbij ook eens vooruit zouden kijken? Of een heel klein beetje opzij? Dat zou al veel helpen.

WOUTER HILLAERT | Het was al weer een hele poos geleden, maar eind februari werd de kunstkritiek zélf nog eens onderwerp van debat in de krant. ‘Het Nederlandse discours over kunst is vergiftigd – zeker in vergelijking met Duitsland. En gaan kunstcritici hieraan ook mee doen, dan zal kunst in Nederland in geen tijd uitsterven.’ Regisseur Johan Simons reageerde meer dan geagiteerd op Ron Rijghards negatieve recensie van zijn voorstelling Dantons dood bij Toneelgroep Amsterdam. Hij ergerde zich niet alleen aan de oppervlakkigheid en de hatelijke toon waarmee Rijghard het stuk van Büchner had afgevlagd als duf en irrelevant. Hij vond dat snelle oordeel ook vooral tekenend voor het vrijemarktdenken en het populistische toontje dat in Nederland steeds meer opgeld doet, terwijl in Duitsland tenminste nog steeds de reflectie op mens en samenleving primeert, als het om kunst gaat. Rijghard van zijn kant repliceerde simpelweg dat de criticus niet aan de kant van de kunstenaar moet staan, maar deel uitmaakt van het publiek.

Zo gaat het debat al decennia. Het bespreekt kunstkritiek als een functie, waar de praktijk dan tegen zondigt. Wat die functie is? Daar bestaan nogal wat visies over, maar over de kern is iedereen het eens. Kunstkritiek beschrijft, analyseert, interpreteert en beoordeelt kunstwerken op het publieke forum. Ze biedt de gemeenschap een gelaagde, onafhankelijke en dus kritische kijk op de waarde en de kwaliteit van kunst. De functie van kunstkritiek, kortom, is dat ze de kunst ontvouwt of uitdaagt, en het publiek emancipeert. Maar gebeurt dat ook echt? Nee, sinds jaar en dag leven we onder de loden straling van ‘de crisis van de kritiek’. Krimpende recensies, een groeiende consumptielogica, tanende autoriteit, een wildgroei aan meningen, overdreven elitarisme of het gebrek eraan, steeds meer oordeel en minder analyse… Het rijtje met pijnpunten is onderhand bekend. Debat na debat zijn ze herhaald en opgelijst, en steeds is daarbij met priemende vinger gewezen naar de media, het kapitalisme, het onderwijs, de spektakelmaatschappij, de culturele vervlakking… Johan Simons ziet het niet anders. Dat de Nederlandse kunstkritiek voor hem niet meer functioneert zoals het hoort, ligt ten dele aan de kijk en de kunde van de critici, maar vooral aan de geest van de tijd, aan de geest van het land. In essentie ligt het probleem dus buiten de kunstkritiek zelf?

Dat is een te beperkte visie, die het debat al jaren in kringetjes doet draaien. Wat de kritiek nodig heeft, is zelfkritiek. En niet zozeer als functie, maar als medium. Zo kijken we er bijna nooit naar: kunstkritiek als een bepaalde (literaire?) vorm, op een bepaalde drager en met bepaalde tools om haar input (pakweg driedimensionale kunst) om te zetten in een bepaalde output (tekst). Dat medium is twee eeuwen lang nauwelijks veranderd. Over zowat alle kunst blijven critici zich per definitie uiten in zwarte lettertjes op een witte achtergrond, zelfs al wordt die achtergrond steeds vaker een scherm. Die traditie lijkt vanzelfsprekend, maar is ze dat wel? In een cultuur die steeds meer visueel communiceert, waarin we opstaan en gaan slapen met de illusie van interactiviteit, waarin alles streeft naar co-creatie en coöperatie, en nieuwe media zoveel meer mogelijkheden hebben gedemocratiseerd, blijft de kunstkritiek in de ban van Gutenberg, in de ban van de monoloog van één zendende criticus. Reportages en interviews over kunst worden bijvoorbeeld wel met gemak gefilmd, maar diezelfde camera wordt zelden gebruikt voor kritiek. Critici blijven eenzame pennenlikkers met een muisarm.

TWEEDE KRITISCH CONCILIE

Waarom zou dat anders moeten, vraagt u zich natuurlijk af. Omdat de tijd het ons dicteert? Dat zou inderdaad een flauwe reden zijn. De enige juiste vraag is hoe critici het best hun rol, hun positie en hun missie kunnen blijven waarmaken. Wel, ook de criticus zelf is een medium: een vertalend ‘midden’ tussen kunstenaars en publiek – en dus geen slippendrager van het ene of het andere kamp, zoals Ron Rijghard suggereert. De kunstcriticus moet waakzaam zijn voor ontwikkelingen aan twee kanten. En dan valt het op dat aan de ene kant veel kunst steeds meer multimediaal en multidisciplinair opereert, en dat aan de andere kant het publiek steeds minder een naarstige lezer en een loutere ontvanger wil zijn. Waarmee de criticus dan geconfronteerd wordt, is – met een wat manke metafoor – dezelfde vraag als die van de katholieke kerk in de jaren zestig. Spreken we nog wel de taal waarin we het best worden begrepen door wie we gehoord willen worden? Wat de kunstkritiek nodig heeft, is een Tweede Vaticaans Concilie. Hoe spreken in deze nieuwe tijden?

Minstens een deel van de ‘crisis van de kunstkritiek’ is een loutere vormkwestie, geloof ik. Waarom zouden studenten voor hun plezier nog lange teksten willen lezen, als er op YouTube ook TED-lezingen te vinden zijn, en elke papieren handleiding is vervangen door visuele tutorials? Evenzo ligt de tanende autoriteit van kritiek niet enkel aan toenemend populisme. Het ligt ook aan een gebrek aan interactieve mogelijkheden om als gebruiker van (de betere) kunstkritiek mee te denken, tegengeluiden te opperen, desgewenst in discussie te gaan met de criticus – nu kan dat hoogstens helemaal onderaan bij een online recensie, in de vergeetput van de comment-optie. In een tijd waarin lezen sampelen wordt, en consumenten vervellen in prosumers, zal de kunstkritiek zich dus minstens vragen moeten stellen bij haar klassieke taalcodes. Het volstaat om een filmpje te zien waarop een peuter door een tijdschrift bladert en alleen maar swipet over de tekst en tikt op de foto’s, en totaal niet begrijpt waarom er niets beweegt. Veel kans dat deze generatie over twintig jaar niet alleen op heel andere manieren informatie tot zich neemt, maar ook heel anders redeneert. Is de kunstkritiek daar klaar voor?

Veel inspiratie biedt de online community. Want – boude stelling – de Anna Tilroe en de Jac Heijer van 2025 zitten vandaag niet in de wachtkamer van de kunsttijdschriften, maar op YouTube en Vimeo. Van typographic animation en de spitse cultuurkritiek van Parijzenaar Norman tot de RSA-filmpjes met geïllustreerde lectures: ze bieden wervende vormen waarin wellicht ook de kunstkritiek zich thuis kan voelen. Een mooi voorbeeld dichter bij huis is De snijtafel. Het duo Michiel Lieuwma en Kasper C. Jansen beschrijft, analyseert, interpreteert en beoordeelt tv-programma’s in relatief lange en serieuze filmpjes, die toch op de VPRO mogen. Wat ze voor hebben? Hun kritiek bespreekt natuurlijk wel populaire cultuur, maar ze is ook dialogisch én visueel. Zo heb je in Vlaanderen ook De Zendelingen, of het duo Filip Tielens en Bregt Van Wijnendaele, die na theatervoorstellingen een moderne biechtstoel neerplanten in de foyer, en gesprekken tussen wisselende toeschouwers en een onzichtbare criticus opnemen, monteren en laten illustreren door een tekenaar. Deze mediale experimenten zijn allemaal nog pril. Maar ze doen de kunstkritiek tenminste weer vooruit kijken, in plaats van zich te nestelen in cultuurpessimistische nostalgie over wat vroeger wél nog allemaal kon in de krant.

EEN BREDE WAAIER

Het is allemaal makkelijker gezegd dan gedaan, dat klopt. Het vergt meer tijd en andere middelen, en wellicht meer multimediale teams. Bovendien is het gevaar van vervlakking reëel. Hét kwaliteitscriterium moet blijven dat er zich vanuit het kunstwerk zelf – meer dan vanuit het publiek – een meerwaarde aandient om te kiezen voor audiovisuele of dialogische vormen van kritiek. Ik beweer dus niet dat we af moeten van papier, wel dat de kunstkritiek haar mediale mogelijkheden moet verruimen. Er bestaat immers nog altijd een goede kans dat voor een diepgravend essay de geschreven vorm de beste blijkt. Maar wie zegt dat Prezi of Pinterest geen betere tools zijn voor een historische analyse van de visuele inspiratiebronnen van de laatste tentoonstelling van Jan Fabre? Of dat een publiek Skype-debat tussen vier critici uit vier Europese landen geen rijker materiaal zou kunnen opleveren over een reizende theaterproductie van Ivo van Hove? De waaier moet breder. Critici moeten op zoek naar alternatieve manieren van beschrijven, naar nieuwe verhoudingen tussen tekst en beeld – dat is ook de overtuiging van het Laboratorium Actuele Kunstkritiek, een open onderzoeksplatform van en voor cultuurtijdschriften en -critici, die met deze nieuwe vormen willen experimenteren.

Deze revitalisering gaat verder dan de simpele keuze tussen papier en online. Wat we vandaag meemaken, is een verschuiving van een papieren naar een online denken. Papier staat daarbij voor autoriteit, onderzoek, hiërarchie, institutionalisering van de productiemiddelen. Het is dát denken dat in crisis is. Online daarentegen staat voor een cultuur die Alessandro Baricco mooi heeft geschetst in De barbaren, zonder ze meteen te veroordelen. Ze denkt horizontaal, surft mee op de golven, lijkt puntiger en vluchtiger. Maar tegelijk kan ze ook democratiserend werken, gelooft ze in de kracht van de community, vormt ze een mogelijke oppositie tegen de gevestigde (media)orde. Een nieuwe kunstkritiek is dus meer dan een lichter verteerbare promotie van kunst, voor een sneller consumerend publiek. Het is niet per definitie een ‘vergiftiging’, om Simons te citeren. Wel een potentiële verrijking van het smaakpalet, een verbreding van de mogelijkheden van critici om aan kritiek te doen, in touch met hun tijd. Voor zo’n mind switch heeft de Prijs van de Jonge Kunstkritiek alvast zijn naam mee.

Dit essay is tevens gepubliceerd door De Groene Amsterdammer.


Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2014

De Prijs voor de Jonge Kunstkritiek is een stimuleringsprijs voor een nieuwe generatie critici en essayisten die schrijft over hedendaagse beeldende kunst. De prijs wil jonge kunstcritici stimuleren en de aandacht voor kwalitatief hoogstaande kunstkritiek en kunstjournalistiek in de mainstream media vergroten. De Prijs voor de Jonge Kunstkritiek is een initiatief van de Appel arts centre, Vlaams Nederlands Huis deBuren, het Mondriaan Fonds, het Stedelijk Museum, STUK en Witte de With, Center for Contemporary Art. In 2014 wordt de tweejaarlijkse prijs voor de vierde keer uitgereikt, in de categorieën ‘essay’, ‘recensie’ en ‘visuele kritiek’. De Prijs voor de Jonge Kunstkritiek richt zich op critici tot 35 jaar. Deadline: 12 september 2014.

ZIE voor meer informatie jongekunstkritiek.net