Expertbijeenkomst: De kunst van de kritiek

Expertmeeting-2015

Wat: Expertbijeenkomst over de digitalisering van de kunstkritiek
Wanneer: 21 mei 2015, 11.00-17.00, aansluitend borrel
Waar: De Brakke Grond, Amsterdam

‘De kunst van de kritiek’ is een expertbijeenkomst over de toekomst van de kunstkritiek in het digitale tijdperk. Het event wordt georganiseerd door het Instituut voor Netwerkcultuur in samenwerking met het Laboratorium Actuele Kunstkritiek, het Domein voor Kunstkritiek, ArchiNed en Rekto:verso.

Het programma bestaat uit een ochtendgedeelte met presentaties en een middaggedeelte met twee workshoprondes. Uiteraard sluiten we af met een borrel. Graag tot ziens op 21 mei!

Tickets

Reguliere tickets, incl. koffie, thee, lunch en borrel: € 25,00
Studenten tickets, incl. koffie, thee, lunch en borrel: € 12,50

Bestel tickets hier: Ticketscript (werkt niet goed met Firefox)

Programma

10:30 – 11:00 Inloop
11:00 – 11:15 Introductie – Joke Schrauwen (Antwerp Management School)
11:15 – 11:45 Online kunstkritiek: wat valt er te winnen – Florian Cramer (Willem de Kooning Academie), Geert Lovink (Instituut voor Netwerkcultuur)
11:45 – 12:00 Experimentele vormen van kritiek: van longread tot filmessay.
12:00 – 12:30 De lezer schrijft mee – Karel Smouter (De Correspondent)
12:30 – 13:00 Discussie
13:00 – 14:00 Lunch
14:00 – 14:30 Interview: Brian Kuan Wood (E-Flux) en Jillian Steinhauer (Hyperallergic)
14:45 – 15:45 Workshop ronde 1
16:00 – 17:00 Workshop ronde 2
17:00 – 18:00 Borrel met de Digitale Dokters

Informatie over de sprekers en workshopleiders vind je hier.

Ochtendprogramma (11:00 – 14:30)

11:00 – 11:15 Introductie

Een half jaartje geleden werkte Joke Schrauwen met Annick Schramme aan een onderzoeksproject in opdracht van o.m. Folio, de koepel voor culturele tijdschriften in Vlaanderen. Wat startte vanuit de vraag naar ‘hoe kunnen de tijdschriften hun impact verhogen’, verschoof tijdens gesprekken met de sector geleidelijk naar ‘hoe kunnen ze hun huidige impact behóuden’? Distributiepartners zitten in zwaar weer, nieuwe (online-)platformen zijn met enkele muisklikken opgericht, ‘cultureel nieuws’ is overal en de ‘betalers’ (waaronder subsidiënten) houden de vinger op de knip. De sector zelf ziet twee belangrijke kansen bij meer samenwerking en verdere digitalisering. Maar hoe geef je zo’n samenwerkingsverband vorm? Hoe rijm je collectieve actie met de uitbouw van een eigen online community? En kan je dan als tijdschrift ook financieel het hoofd boven water houden? We zoeken het uit.

11:15 – 11:45 Online kunstkritiek: wat valt er te winnen?

De kunstkritiek vindt grotendeels plaats in tijdschriften en kranten – op papier dus. Waarom is het eigenlijk zo belangrijk om online te gaan? Als kritiek floreert bij debat, interactie en diepgang, dan is het web het gedroomde domein daarvoor.

11:45 – 12:00 Experimentele vormen van kritiek: van longread tot filmessay

Vijf redacties gingen in samenwerking met een webdesigner aan de slag met nieuwe en experimentele vormen van kunstkritiek.

12:00 – 12:30 De lezer schrijft mee

Direct contact met de lezer wordt vaak gezien als de belofte van online publiceren. Het publiek bereiken is niet het moeilijkste. Hoe zorg je ervoor dat de lezer ook daadwerkelijk reageert, meedenkt en -praat en je actief blijft volgen, op een inhoudelijk en constructief niveau?

14:00 – 14:30 Interview: This is sponsored content

Twee van de meest succesvolle kunstblogs uit de Verenigde Staten: E-flux en Hyperallergic, gaan in een Skype-interview in op mogelijkheden van online verdien- en distributiemodellen.

Programma workshops (14:45 – 15:45 en 16:00 – 17:00)

Workshop 1: Kunstkritiek 2.0: participatief én multimediaal
De Zendelingen

In deze workshop onderzoeken De Zendelingen samen met de deelnemers welke innovatieve concepten er bedacht kunnen worden die de dialoog tussen toeschouwers, theatermakers en critici versterken en die op een multimediale manier ontsloten kunnen worden naar een breder publiek. Na een introductie in de werkwijze van De Zendelingen ga je zelf aan de slag!

Workshop 2: Een redactionele workflow voor papier en web
Kimmy Spreeuwenberg (Digital Publishing Toolkit)

In deze workshop staat een hybride workflow centraal. Hierbij wordt niet langer uitgegaan van een print gerichte werkwijze, maar staat vanaf het begin het publiceren voor print en digitaal vanuit één bron document centraal. Deze benadering van publiceren vraagt om een herordening van de publicatie keten van auteur, editor, ontwerper en uitgever. Hoe stroomlijn je dit nieuwe proces? Waar in het proces ontstaan nieuwe mogelijkheden en kansen voor (beeld)redactie en waar zitten de eventuele valkuilen? Deelnemers worden gevraagd om een laptop mee te nemen. Voorafgaande kennis is niet nodig, enige voorbereiding wel.

Workshop 3: Crowdfunden: Vrienden met je lezers?
Miriam van Ommeren en Patricia de Vries

Crowdfunden, een doneerknop of een vriendenabonnement: veel kleine media, zowel op papier als online, zoeken direct contact met hun lezers om te vragen om een bijdrage. Maar hoe pak je dat aan? Hoeveel kun je vragen van de crowd en waaruit bestaat die crowd eigenlijk? Hoe zorg je ervoor dat je jezelf goed in de markt zet en welke keuzes maak je als je jezelf op deze manier presenteert? Miriam van Ommeren organiseerde een succesvolle crowdfundingcampagne voor online magazine De Optimist en Patricia de Vries leidde een onderzoek naar kansen en valkuilen van crowdfunding.

Workshop 4: De digitale kiosk
Concreet voorstel voor collectieve digitale distributie van content van Vlaamse & Nederlandse cultuurtijdschriften
Michel Suijkerbuijk

In deze workshop wordt een concreet voorstel gepresenteerd voor collectieve digitale distributie op basis van het bestaande eLinea-model, inclusief een nieuw verdienmodel voor de deelnemende tijdschriftuitgevers. Er is volop gelegenheid voor het stellen van vragen en voor de inbreng van ideeën voor verdere versterking van het voorstel. Doel van het initiatief is tweeledig:
· Vergroten van het bereik / visibiliteit van de deelnemende culturele tijdschriften
· Vergroten lezersbestand / abonneebestand, in zowel Nederland als Vlaanderen

Workshop 5: print en online (verslag)

vr. 14 maart 2014, 13.00-18.00u | Vlaams-Nederlands Huis deBuren, Leopoldstraat 6, Brussel

In deze workshop is ingegaan op de consequenties van online publiceren – in combinatie met print of als vervanging van print – voor het werkproces van uitgevers en redacties. Florian Cramer (lector aan het kenniscentrum Creating 010 – Hogeschool Rotterdam) en Joost Kircz (oud-lector en onafhankelijk onderzoeker elektronisch uitgeven) introduceren de Digital Publishing Toolkit for the Arts and Culture. In dit onderzoeksproject staat de beste weg naar e-publishing centraal. Aan de hand van vragen van de deelnemers delen zij hun expertise en nemen daarbij de gehele organisatie van een cultuurmagazine in beschouwing. Moderator: Raymond Frenken (LAK).

PAPIER ÉN DIGITAAL

Geen van de aan deze workshop deelnemende publicaties overweegt op dit moment volledig over te stappen van papier naar digitaal, blijkt na inventarisatie. Sterker nog: het volledig digitale magazine WdW Review heeft de ambitie een selectie van online artikelen als papieren uitgave te bundelen. Reden hiervoor zijn de verschillen tussen papier en digitaal wat ‘tactiliteit’, ‘autoriteit’ en ‘houdbaarheid’ betreft.

De meeste tijdschriften plaatsen een selectie van artikelen uit de papieren uitgave online, een enkel tijdschrift stelt de volledige inhoud als pdf beschikbaar (via Issuu). Dat leidt tot de vraag of een tijdschrift niet in eigen voet schiet, door zowel off- als online dezelfde keuzes te maken.

Per publicatie moet je besluiten wat de beste vorm of drager is, stelt Florian Cramer. Bij kunstpublicaties waar bijvoorbeeld gehecht wordt aan afbeeldingen van hoge kwaliteit kan drukwerk nog steeds de beste keuze blijken.

De verschillen tussen analoog en digitaal kun je ook bewust inzetten. Zet bijvoorbeeld je online kanaal in als ‘teaser’, waarbij gratis voorproefjes van lagere kwaliteit de geïnteresseerde gebruiker verleiden het analoge product met hoge(re) analoge kwaliteit aan te schaffen.

Voor inspirerende voorbeelden van cross-overs tussen analoog en digitaal publiceren – waarbij digitale middelen de inhoud verrijken en zelfs geïncorporeerd kunnen worden in de analoge uitgave, verwijst hij naar het boek Post-Digital Print. The Mutation of Publishing since 1894 (Onomatopee, 2012) van Alessandro Ludovico, een Italiaanse onderzoeker die verbonden is aan Digital Publishing Toolkit. Dit boek is ook als download beschikbaar. Soortgelijke voorbeelden zijn te vinden op het blog ‘Post-Digital Publishing Archive’ van zijn collega Silvio Lorusso.

Print_vs_Electrons_1 Print_vs_Electrons_2 Print_vs_Electrons_3
‘Print vs. Electrons. 100 differences and similarities between paper and pixel’,
uit: Alessandro Ludovico, Post-Digital Print. The Mutation of Publishing since 1894, 2012

DUURZAAMHEID

De duurzaamheid van digitaal publiceren is voor veel redacties een punt van aandacht. Omdat de inhoud voorbij de actualiteit van de dag voert, bewaren lezers papieren uitgaven. De publicaties zijn bovendien van waarde als tijdsdocument: wat achten redactie en auteurs op dat moment van waarde, wat is hun perspectief? Dit heeft gevolgen voor archivering van stukken. Bij voorkeur worden ze niet alleen als afzonderlijke tekst, maar ook in samenhang met de overige inhoud van het blad bewaard. Daarnaast is men benieuwd hoe je door digitale ontsluiting het eigen archief tot leven kunt wekken.

Voor archivering heeft nog geen standaardisatie plaatsgevonden, stellen Cramer en Kircz. Zij raden aan zowel het losse artikel als de volledige publicatie op te slaan (bijvoorbeeld als volledige pdf). De ervaring leert: hoe ‘interactiever’ je uitgave is, hoe minder duurzaam. Bij gebruik van uiteenlopende bestandsformaten, ben je ook afhankelijk van ondersteuning door browsers en besturingssystemen. Flash was enkele jaren geleden nog populair onder web-programmeurs, maar wordt nu niet meer ondersteund door de meeste mobiele browsers.

Als je je inhoud via verschillende platformen wil publiceren, moet je telkens alles (opnieuw/anders) coderen, met risico op fouten en verlies van data. Vlucht daarom niet blindelings in de nieuwste techniek, kies voor duurzame formats zoals txt, xml en epub voor tekst(opmaak) en jpeg en gif voor beeld. Ook waarschuwen zij ervoor goed te letten op afspraken m.b.t. auteursrecht en herpublicatie bij samenwerking met platforms als eLinea en Issuu of diensten als Soundcloud, Flickr of Vimeo (geluid, beeld, video).

Photostatic_Retrograde_archive
Voorbeeld: digitaal archief (doorzoekbare pdf’s) van het tijdschrift Photostatic Retrograde (1983-1998).
In dit magazine stond het gebruik van fotokopieën door kunstenaars en ontwerpers centraal.

ORGANISATIE

Het onderzoek van Digital Publishing Toolkit richt zich op de volledige organisatie van het publicatieproces. Structurele problemen met betrekking tot bedrijfsvoering, worden niet opgelost door digitaal te gaan. Een deelnemer merkt op, dat digitalisering ertoe leidt dat binnen zijn tijdschrift inmiddels meer geld naar vorm (specialisten m.b.t. vormgeving en digitalisering) vloeit, dan naar inhoud (redacteuren en auteurs). Hoe voorkom je dat voor elk nieuw platform externe en duurbetaalde krachten aangetrokken moeten worden?

Cramer en Kircz erkennen het probleem om dezelfde kwaliteit te waarborgen bij publicatie via verschillende platforms (papier, browser, mobiele browser, app, epub, eLinea, Issuu). Zij adviseren een weloverwogen keuze te maken voor één of twee platforms die de inhoud op de beste manier weergeven (hetzij analoog, hetzij digitaal). De andere platforms zijn afgeleiden daarvan. Om vertaalfouten te voorkomen, raden zij gebruik van Word af. Het is beter om in het hele werkproces – van auteur tot (web)redacteur – open bestandsformaten als xml of MarkDown te gebruiken.

Het Digital Publishing Toolkit-project wordt afgesloten met een tweedaagse conferentie in Museum Boijmans Van Beuningen en een uitgebreid programma met workshops in WORM:
22-23 mei 2014 | Museum Boijmans Van Beuningen & WORM, Rotterdam | http://digitalpublishingtoolkit.org

Workshop 4: beeld en geluid (verslag)

vr. 14 maart 2014, 13.00-18.00u | Vlaams-Nederlands Huis deBuren, Leopoldstraat 6, Brussel

In deze workshop zijn zes audiovisuele recensies, gemaakt door zes Nederlandse en Vlaamse publicaties, bediscussieerd en bekritiseerd. De experts: Pieter ’t Jonck (freelance danscriticus voor De Morgen) en Rinske Hordijk (ARTtube). Moderator: Wouter Hillaert (LAK). Zij gingen met de deelnemers aan de workshop en de producenten van de films in gesprek.

DE RECENSIES

1. rekto:verso – Videorecensie van Wouter Hillaert en Mathias Ruelle over de theatervoorstelling Toestand (2013) van Kristien de Proost (Tristero)

2. Stripgids – Videorecensie van Toon Horsten over de strip Ik, René Tardi – krijgsgevangene in Stalag IIB (2012) van Jacques Tardi

3. De Filmkrant – video-essay van Hugo Emmerzael over de film The Grand Budapest Hotel (2014) van Wes Anderson.
LEES: het logboek dat Hugo Emmerzael bijhield tijdens het maken van zijn videorecensie.

4. Kunstbeeld – Videorecensie van Sophia Zürcher en Rogier Roeters over het kunstwerk Lotus Dome (2012) van Daan Roosegaarde in het Rijksmuseum.

5. DW B – Videoverslag van Willem Bongers Dek, Dorian Robert en Goos van den Berg over de poëzieavond in Perdu rond het DW B-themanummer ‘Land Art’. Deze avond werd gelardeerd met poëtische en kritische voordrachten van Kila van der Starre, Jeroen Dera, Jeroen van Rooij, Laurens Ham en Arno Van Vlierberghe. Bekijk alle filmpjes op de site van deBuren.

EXTRA: de kritische voordrachten van Laurens Ham en Arno Van Vlierberghe:
 

en:
6. ArchiNed
 – Myrta Otten over de heraanleg van het Groot Museumpark

Samen bieden deze recensies een waaier aan mogelijke keuzes en vormen: semi-artistieke performance vanuit de vorm van het besproken werk zelf, een meer klassieke kritiek met de recensent in beeld op een sofa, een reportageachtige aanpak met tekstuele toevoegingen op het beeld, een verslag van een kritische uitwisseling tussen dichters en critici, en visualisaties met timeline en architecturale plannen.

 

TIPS, HAMVRAGEN EN BESLUITEN

Bepaal duidelijk je doelpubliek, daar hangt inhoud en vorm van af.
Zoek naar een duidelijke toegevoegde waarde van de filmische verwerking.
  • Een paar filmpjes vertalen nog te zeer een papieren aanpak – zoals voorlezen van papier – naar beeld
  • Wie dat mooi deed, was ooit Jef Cornelis: hij werkte maanden aan een film, dat werd kunst over kunst.
Het werk aanwezig kunnen stellen – de beschrijvende functie van kritiek – is duidelijk een meerwaarde.
  • Maar daarmee kan je ook net onrecht doen aan het werk, door bijvoorbeeld de vormelijke keuzes van een striptekenaar niet in hun waarde te laten wanneer je er met de camera overheen glijdt. Dan krijg je een valse aanwezigheid.
  • Vraagt om een scherp doel (teveel audiovisuele tierlantijntjes kunnen afleidend werken)
  • Moeilijkheid bij film: vaak heb je enkel toegang tot materiaal van een trailer of promomateriaal van de distributeur zelf.
Moeilijk om eenzelfde diepgang te bereiken als op papier?
  • Sommige filmpjes blijven nog te zeer hangen in beschrijving en contextualisering.
  • Je zit snel op het grensgebied tussen reclame en kritiek, waar ligt de grens?
De oordeelfunctie van kritiek wordt anders.
  • Hoe duidelijk moet het oordeel erin? Het komt op film al gauw een beetje obligaat over, terwijl je in het beeld zelf ook al veel kunt suggereren.
  • Kom je niet automatisch tot enkel positieve recensies, omdat het al te veel tijd en energie kost om die te verspillen aan werken waar je sceptisch over bent?
Zoek naar een passende wisselwerking tussen taal en beeld!
  • Het is moeilijk, zo niet onmogelijk om taal te skippen.
  • Het vraagt om een ander tekstregister dan op papier.
  • Maar, in de traditie van het video-essay is dat net wat geprobeerd wordt: door visuele combinaties kritiek suggereren.
De toegevoegde waarde van audiovisuele kritieken op internet is, in het ideale geval:
  • Je kan er een ander publiek mee aanspreken.
  • Je kan het werk aanwezig stellen, als je er tenminste visueel recht aan doet.
  • Online is je multidisciplinaire toolkit veel groter, je kan het linken met andere vormen.
  • Het kunstobject zelf kan de vorm meer mee bepalen.
  • Er zijn heel andere verhoudingen tussen beeld en taal mogelijk, mits goed gebruikt.
Een drempel blijft natuurlijk de productionele kant van de zaak:
  • Een film van ARTtube kost 3.000-4.000 euro (de besproken filmpjes zijn gemaakt met 500 euro).
  • Het kost meer tijd (voor een recensie van 4 minuten ben je al gauw 10 uur bezig).
  • Teamwork is al snel nodig en dat vraagt een heel andere redactionele bezetting.

 

CONCLUSIES

The medium is the message. Zonder toegevoegde waarde hebben recensiefilmpjes weinig zin.

Filmpjes zijn maar één vorm van ‘beeld en geluid’ online. Visualisatie is een veel breder gebied, met ook meer mogelijkheden die soms minder tijd kosten, en waarvoor de tools al bestaan.

Workshop 3: interactiviteit online (verslag)

vr. 14 maart 2014, 13.00-18.00u | Vlaams-Nederlands Huis deBuren, Leopoldstraat 6, Brussel

In deze workshop liet Stefan Kolgen (Stampmedia, C.H.I.P.S. vzw) aan de hand van voorbeelden van Digital storytelling zien hoe een online community te activeren. Moderator: Laurence Scherz (LAK).

FortMcMoney_still
Voorbeeld: Fort McMoney (still), David Dufresne, NFB & ARTE, 2013

DE AARD VAN ONLINE

Online is tekst veel meer dan letters; het is een dynamische vorm waar audio, video, fotomateriaal en dergelijke kan worden bijgevoegd. Daarnaast is een digitaal artikel nooit statisch, het is steeds veranderbaar. De online-lezer kan gemakkelijk commentaar toevoegen en wordt daarmee niet enkel een actieve lezer, maar haast een co-auteur. Interactiviteit online valt uiteen in twee delen. Enerzijds is er de online community van lezers, wiens stem nu een plaats kan krijgen naast een artikel. Maar hoe integreer je comments van je lezerscommunity op een gestructureerde manier in je artikel, en hoe zorg je ervoor dat je überhaupt genoeg response krijgt? Anderzijds hangt ook veel af van het format van een interactief artikel, waarbij de lezer actief kan navigeren in een multimediale inhoud. Wat is de meest geschikte vorm voor een interactief artikel? Wat werkt al in de bredere (internationale) journalistiek?

COMMUNITY

Een virtuele community functioneert beter indien gestimuleerd door echte mensen die hun persoonlijkheid durven laten zien, en minder door een marktgerichte strategie. Sterke persoonlijkheden of actieve ambassadeurs met volledige inzet zijn hiervoor nodig. Eigenlijk is de taak van een community manager een voltijdse job. Zo’n community manager krijgt idealiter genoeg vrijheid van zijn instituut, hij mag geen brave communicatiewetenschapper zijn.Wil je een concrete bijdrage van je publiek, dan is het belangrijk de juiste vraag te stellen. Als je vraagt ‘schrijf voor ons eens wat poëzie die we gaan bundelen’, dan blokkeren mensen. Maar als je hen zelf iets laat bedenken, levert dat mooie dingen op.

Ook is het belangrijk het virtuele bestaan een pendant te geven in de offline wereld. Dan wordt het pas écht. Zie Paola246, een door Stefan Kolgen i.s.m. HET PALEIS uitgevoerd experiment met virtueel theater, dat te volgen was via een weblog, YouTube, Twitter en Flickr.

TheJockey_NYTimes
Voorbeeld: ‘The Jockey‘ (still), The New York Times, 2013

WAT MOET INTERACTIEVE TEKST ZIJN?

Wollige, lange teksten werken online niet. Qua techniek is Flash reeds ouderwets. Het is beter html5 of css te gebruiken. Met Klynt kan je zelf aan de slag. Hulp voor journalisten bij het programmeren is te vinden bij Hacks and Hackers. Inhoudelijke ontwikkeling van interactieve teksten gaat snel. Het artikel ‘Snow Fall: the avalanche at Tunnel Creek’ (2012) was een succesvolle productie van The New York Times die de toon zette voor veel andere interactieve producties. De digitale toolkit waarmee gemakkelijk Snowfall-achtige artikelen ontwikkeld kunnen worden heet Scrollkit. Veel is mogelijk maar alles is wel handmatig geprogrammeerd.

Er is een verschil tussen audiovisuele aanvullingen voor de sier en artikelen waarin de video integraal en onmisbaar onderdeel is van het verhaal. ‘The Jockey’ (The New York Times, 2013) slaagt daar beter in dan ‘Snowfalling’. Ook ‘A Game of Shark and Minnow‘ (The New York Times, 2013) is een goed voorbeeld, omdat de tekst in dienst staat van het beeld.

ANDERE VOORBEELDEN

NSAFiles_Guardian
Voorbeeld: de NSA mag ‘vrienden’ in de 1e, 2e en 3e graad van een verdachte natrekken (NSA Files)

NSA Files: Edward Snowden onthulde dat de NSA op enorme schaal data verzamelt en controleert; wat betekent dat voor ons als individuele burger? PRODUCTIE: The Guardian, 2013

Fort McMoney: fusie tussen documentaire en interactieve game, waarin de gebruiker als een detective de uiteenlopende belangen achter de Canadese olie-industrie uiteenrafelt. PRODUCTIE: David Dufresne, NFB & ARTE, 2013

The Scale of the Universe: in- en uitzoomen van het allerkleinste deeltje tot de randen van het waarneembare universum. PRODUCTIE: Cary & Michael Huang, 2012

CIA: Operation Ajax: interactieve toepassingen in een graphic novel over inlichtingendiensten die samenspannen om de Sjah van Perzië af te zetten. PRODUCTIE: Cognito Comics, 2011

CONCLUSIES

1. Een community moet gestuurd worden door mensen. Men moet het gevoel hebben persoonlijk aangesproken te worden. De drempel om iets bij te dragen moet zeer laag zijn.

2. Je moet proberen een breed publiek aan te spreken en loskomen van de 10% die nu kunstkritiek leest.

3. 80% van de nieuwsconsumenten leest al mobiel. Je moet meegaan met het format voor smartphones en iPads.

4. Je hebt maar 70 seconden om een online surfer te ‘vangen’ op je website. Lukt het je niet zijn aandacht te grijpen binnen die tijdspanne, dan is hij weg.

5. Multimediale aanvullingen op online tekst mogen niet vrijblijvend zijn. Ze moeten een verrijking zijn.

6. Geen enkele digitale tool kan jouw problemen oplossen of is volledig gratis. Community building online vraagt ook mankracht.

Workshop 2: co-creatie: meerstemmige kritiek (verslag)

vr. 14 maart 2014, 13.00-18.00u | Vlaams-Nederlands Huis deBuren, Leopoldstraat 6, Brussel

In deze workshop is gediscussieerd over vier op co-creatie gebaseerde audiovisuele kritieken. De experts:
Tijl Bossuyt, artistiek en zakelijk leider van De Veerman, waar kunst-educatieve projecten ontwikkeld, uitgevoerd en verspreid worden. Filip Vande Velde, publieksbemiddelaar Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (SMAK), Gent. Moderator: Sonja van der Valk (LAK).

DE KRITIEKEN

1. Kontro:verso: Angst (1)

Een gefilmde dialoog tussen critica Evelyne Coussens (De Morgen) en regisseur Stijn Devillé over de voorstelling Angst van Braakland/ZheBilding en De Queeste. PRODUCTIE: rekto:verso i.s.m. De Zendelingen

2. Kontro:verso: Angst (2)

Een dialoog over dezelfde voorstelling tussen criticus Wouter Hillaert (De Morgen, rekto:verso) en politica Caroline Gennez, Socialistische Partij Anders. PRODUCTIE: rekto:verso i.s.m. De Zendelingen

3. De Biechtstoel: Rumble in da jungle

Een aflevering van De Biechtstoel, een uitvinding van De Zendelingen. Theaterbezoekers biechten hun ervaringen en visies op aan een criticus. PRODUCTIE: De Zendelingen

4. Kunstbeeld: Met veertien ogen door het Van Abbemuseum



Zes bezoekers en critica Sophia Zürcher bespreken de tentoonstelling ‘Er was eens… de collectie nu’ in het Van Abbemuseum (volledige reportage op de speciale webpagina). PRODUCTIE: Kunstbeeld, Kunstkijken en Domein voor Kunstkritiek

DE CONTEXT

De twee filmpjes van rekto:verso1·2 kwamen voort uit de gedachte dat een toeschouwer een relatie met een voorstelling opbouwt via het inhoudelijke verhaal dat de theatermaker vertelt. In de dialoog tussen kunstenaar en criticus lag daarom de nadruk op de relatie tussen de thematiek van de voorstelling – de collectieve angst voor het andere en afkeer van de politiek – en de Vlaamse actualiteit. Daarom werd ook het gesprek met een politiek ‘expert’ gevoerd.

Met De Biechtstoel3 willen De Zendelingen het publiek een eigen rol en stem geven. Deze échte biechtstoel, door De Zendelingen op de locatie van de voorstelling neergezet, biedt een veilige, anonieme omgeving waar de toeschouwer zijn gesprekspartner (criticus of kunstenaar) niet ziet.

Het audioproject ‘Met veertien ogen door het Van Abbemuseum’4 voor de Kunstbeeld-website is opgezet om te onderzoeken hoe de stem van de criticus en de stemmen van de bezoekers van een expositie, samen kunnen gaan in een kritisch en reflectief verhaal. Om de bijdrage van de bezoekers te verdiepen en te verhelderen, maakte Adelijn van Huis (Kunstkijken) gebruik van haar expertise in educatie. Zij ontwikkelde een methode om de kunstliefhebber ruimte te geven zijn/haar ervaringen van kunst onder woorden te brengen. Voor dit experiment kozen zij en Kunstbeeld-redacteur Sophia Zürcher ervoor om bij de opnames de inbreng van Sophia en die van de bezoekers te scheiden. Pas in de montage werden die samengevoegd. De bezoekers en Sophia bezochten (op een ander tijdstip) vijf zalen van de expositie. In het voorbeeld zijn opnames uit één zaal te horen.

DE DISCUSSIE

De discussie over de filmpjes van rekto:verso1·2 en De Zendelingen3 verliep langs de vragen:

    • Als je een dialoog over een voorstelling alleen baseert op de inhoud, doe je dan geen onrecht aan de voorstelling als artistiek product? Wil die bezoeker/lezer ook juist niet weten welke keuze de kunstenaar heeft gemaakt, waarom en hoe hij met bepaalde tekst / spelers / vormgeving / muziek heeft gewerkt?
    • Wie is de auteur van die filmpjes: de criticus die de dialoog voert? Of is het de filmer die er beeld en kader aan geeft? Wat opviel: in De Biechtstoel van De Zendelingen is een creatieve bevlogenheid te voelen die de twee andere filmpjes missen. Wat bleek? In de laatste filmpjes werden De Zendelingen aangestuurd door rekto:verso.

In de discussie over ‘Met veertien ogen door het Van Abbemuseum’4 kwam het volgende naar voren:

    • De wijze waarop de vragen, het niet-weten, de twijfel, en de weerstand van bezoekers voelbaar werd gemaakt in de audio is uitzonderlijk.
    • De combinatie tussen tekst, audio en beeld is rijker te maken.
    • De criticus kan ook andere rollen aannemen: curator van de ervaringen van de bezoeker of de schrijver/maker die die reacties samenvat.
    • Toch zou ook hier een artistieke benadering van de kunst, aandacht voor het proces van de kunstenaar en zijn materiaal, meerwaarde kunnen bieden.
    • Plus een vraag: levert het kijken naar één kunstwerk niet interessanter materiaal op?

CONCLUSIES

‘De kunstcriticus  zal op stijl (dans) les moeten.’
Filip Vande Velde, publieksbemiddelaar SMAK

Het co-creëren van een kunstkritiek werkt verrijkend. De regisseur, de politica, de inwoners van Eindhoven en de museumbezoekers van boven de rivieren voegen een dimensie toe aan de visie van de criticus. De verschillende stemmen doen recht aan de gelaagdheid van voorstelling, expositie of gepresenteerde kunstwerken. Wij, in de rol van ‘lezer’ voelen ons de dialogen en bezoekersverhalen ingezogen.

De instrumenten die we ter beschikking hebben voldoen nog niet. Stijlonderzoek is nodig, door filmers en audioproducent. Ook de critici moeten hun eigen optreden onder de loep leggen: woordgebruik, interviewtechnieken, préséance.

De kunstkritiek heeft iets te winnen als ze te rade gaat bij de domeinen van kunsteducatie en film.

Er moet een balans gevonden worden tussen artistieke en inhoudelijke reflectie.

De valkuil van dit type kunstkritiek is het onderscheid tussen de toeschouwer/kijker, wat deze ziet, en een reflectie die gestuurd wordt door de criticus. Juist de wisselwerking tussen beide partijen zou de basis van het werkproces moeten zijn. Uiteindelijk kunnen dan ook lezers hun plaats innemen.

Het auteurschap van een kunstkritiek ligt niet langer bij de criticus. De filmische enscenering door Filip Tielens en Bregt van Wijnendaele van de twee dialogen over Angst bepaalt mede de werking van de gevoerde dialoog. Al was het maar omdat de politica op een klassieke salonstoel mocht plaatsnemen en de theatermaker op  een houten bank, cola en lege glazen naast hem.